Wie is Marleen?

M

ijn verhaal.

Dit is enkel voor de nieuwsgierigen, of boeklezers bedoeld…

Marleen, werd geboren in de oogst van 24 augustus 1963, en groeide op in de Klinkaardstraat 36 te Putte-Kapellen. Vandaar de naam voor mijn praktijk “De Klinkaard”, terug naar de bron van mijn bestaan, de bron waar voor iedereen, en ook voor mij, alles begint. Een mens weet niet genoeg, hoe belangrijk dat wel is.

Al snel vanaf het eerste uur van mijn te vroege geboorte, werd duidelijk dat ik er helemaal alleen voor stond, en dat ik zou moeten vechten voor dit leven, hoe gezond ikzelf ook was. Ik werd zonder liefde, zonder eten, in een couveuse gestopt, waar een zuster me af en toe een papfles bracht, die ik dan helemaal alleen met een stapel doeken onder mij, moest uitdrinken. Zo leefde ik mijn eerste maand.

Vervolgens kwam ik gelukkig op de “Klinkaard” terecht, waar ik de eerste 4 jaar van mijn leven woonde, bij mijn grootouders. Ja, “de Klinkaard”, noemden de mensen vroeger in Putte, de Klinkaardstraat, vandaar!

Ik was er steeds heel gelukkig en graag, ook later nog. Ik bengelde steeds tussen België en Nederland. De Klinkaard ligt op 2 straten van de Belgisch-Nederlandse grens. Bijna iedere dag, was ik met éne voet al in Nederland, terwijl de andere nog in België bengelde of omgekeerd op de terugweg. Mijn andere grootouders, woonden zelfs in Nederland in de Grensstraat, waar de overkant van de straat België was. Zij waren Nederlanders, zelfs mijn bloedeigen nonkel en tante en nicht ook, want mijn vader was een genaturaliseerde Belg geworden, toen hij in het Belgische leger ging.

Toen ik op 4-jarige leeftijd met mijn ouders mee, tegen mijn zin, naar een nieuwbouw in Kapellen moest verhuizen, was ik nog steeds heel veel op de “Klinkaard”, bij ons moemoe. Eén dag geen school, en ik stond terug met mijn valiesje op de “Klinkaard”, bij ons moemoe. Twee maanden, verbleef ik er telkens vast, in de grote vakantie.

Ik speelde, en speelde er iedere dag met mijn beste vriendin Fabienne, het buurmeisje van ons moemoe. Oh God, wat hebben wij gespeeld hé Fabienne, en voor de armzalige poesjes gezorgd, ja, er was altijd wel een verloren nestje ergens in de buurt van Leo zijn grootouders, die ook op de “Klinkaard” woonden. We wisten toen nog niet, dat we eigenlijk van in het begin zo belangrijk waren voor elkaar, en dat ook zo zou blijven, zelfs nu.

Nooit, had ik gedacht dat ik op 1 dag bachbloesemtherapeute zou worden, en één van de betere zelfs…en Fabienne en haar man Paul nu, meesters in de Reiki, en Leo Vervoort, waar ik nooit mee kon spelen, want die altijd moest leren en leren, tot hij industrieel apotheker werd, en vervolgens internationaal bekend manager in de farmaceutica. Hij is nog steeds de theorie van veel, en ik de praktijk, laat ons maar zeggen. Ik heb nooit veel moeite gehad, met de ingevingen die blijkbaar zomaar, door bepaalde omstandigheden in mijn energiebanen gebracht werden. Leo heeft er zelfs ooit een boek over proberen te schrijven, de wetenschap van de ontwakende zielen. De theorie hiervan klopt als een bus, maar ik heb het boek nooit helemaal moeten lezen, om te weten hoe het allemaal in elkaar zat, nee ik wist het zo. Maar geloof me, dit was geen cadeau! Daarvoor heb ik al van bij geboorte, verschrikkelijke dingen moeten meemaken, en soms nog.

Ik was steeds een doodbraaf stil, te stil kind, waar iedereen goed van kon profiteren op school. Juist omdat ik van in den beginne al veel alleen was, en weinig gesteund werd door mijn achterban, behalve door mijn grootje dan, was ik voor mijn omgeving een gemakkelijke prooi, waar iedereen goed van kon profiteren, en dat deden sommige mensen dan ook. Als kind of dier heb je hierop niet veel te zeggen, daar kom ik later nog even op terug. Vandaar mijn grote en onvoorwaardelijke liefde voor kinderen en dieren, waarschijnlijk. Ik zat jaren noodgedwongen in een katholieke school in Kapellen. Ik woonde nu éénmaal in Kapellen, dus dat moest. Braafjes in het rijtje lopen. Ik heb dikwijls gezaagd om van school te mogen veranderen, naar de school van het Vlaams Gemeenschapsonderwijs bijvoorbeeld in Stabroek, waar Fabienne ook ging, maar dat mocht niet. Nee, ik moest waarschijnlijk mijn noodlot doorstaan, om te worden wie ik nu wel ben.

Het liep niet goed af…zoals ik van tevoren voelde aankomen, en nog andere naasten ook, werd ik voor de eerste keer onwettig gebuisd. Als enige van de klas, moest ik blijven zitten, gebuisd op één vak, met twee puntjes te weinig, door een man, van wie ik zijn naam nu niet ga vernoemen. Twee jaar nadien, toen ik mijn diploma kreeg, bekende hij, in de gietende regen onder een afdak, tegen mij en mijn moeder, dat hij me dit expres had aangedaan. Waarom? Ik weet het niet? Hij heeft me ooit in de klas toegeroepen, dat het een schande van God was, dat ze mij geschapen hadden! We moesten ooit woorden opzoeken in een woordenboek, en ik had het juist opgezocht, zeker weten, en hij snauwde me toe van niet, en dat het dan verkeerd in mijn woordenboek zou staan, en dat soort dingen. Iedereen in de klas werd bang, doodsbang in mijn plaats. Ach, wat heb ik afgezien, geestelijk onmenselijk afgezien, toen ik 17 was. Dit soort verdriet, dat ik toen had, wens ik mijn grootste vijand niet toe. Ik troostte me met de woorden uit de bijbel, waar ik steeds aan dacht…God vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen. Moest ik niet gelovig geweest zijn, weet ik zelfs niet of ik dit grote verdriet zou kunnen verwerken hebben!

Enfin met heel veel moed en dapperheid, begon ik na mijn middelbare studies aan mijn grote droom, verpleegster worden!. Drie jaar heb ik het volgehouden, de A1-opleiding(nu Bachelor tegenwoordig).Ik deed het zeer graag, en kon me geen ander beroep voorstellen, toch niet voor mij. Ik deed zeer mijn best, altijd en overal, en haalde schitterende stagepunten. Alweer sloeg in juni het noodlot toe…ik buisde voor de 2de maal in mijn leven op een zeer eigenaardige manier. Ja, op één vak met een half punt tekort. De mensen konden me amper geloven, zelfs mijn klasgenoten hadden dit niet verwacht. Zelf kon ik er niet meer om huilen, zelfs dat niet.

Ik begon gewoon met volle moed opnieuw, zeg nu nog dat ik een pessimist ben…en weet je dat sommige mensen nu nog…, dat durven vinden van mij…ronduit belachelijk niet? Ik besefte op één of andere manier wel, dat ik voor de laatste keer zou gehuild hebben, toen ik 17 was, maar nee, nu niet meer, ik was sterker dan dat! Trouwens ik was graag op internaat, en had er veel vriendinnen, die op en af mijn kamer liepen ’s avonds om van alles te vragen, want als één iemand goed op de hoogte was van alles, was ik het wel. Toch waren er 4 bijzondere mensen steeds in mijn omgeving, die later ook nog belangrijk bleven in mijn leven. Maritsa van Limburg, die eerst al een paar jaar voor dokter gestudeerd had, en op mijn gang sliep. Marina, de voormalige vriendin van mijn ex-schoonbroer, die op 22-jarige leeftijd om het leven kwam. Door haar leerde ik mijn ex-man Benny kennen. Mijn grootste steun en toeverlaat, toen ik, ja, voor de derde keer in mijn leven opnieuw onwettig buisde. Deze keer met 0.2 punten tekort voor 1 vak, van één leraar, een zeer bekwaam arts trouwens. Nadine, mijn beste vriendin, heeft dit allemaal van heel dichtbij meegemaakt. Ook zij was op één of andere manier slachtoffer, van één van deze gruweldaden. Ze was ook gebuisd, maar met een paar punten meer dan ik. Ze zat naast mij op mijn bed toe te kijken, hoe ik gewoonweg keihard, zonder enige vorm van emotie, mijn internaatkamer leegmaakte en vertrok. Niet wetende hoe of waarheen of wat nu…nee, ik wist niet hoe ik dit ooit nog te boven zou komen, of hoe het nu verder moest, of zou gaan. Natuurlijk tekende ik verzet aan tegen de deliberatie, had ik gesprekken met de directie, weer eens een zuster, oh God, wat deden ze me toch allemaal aan, steeds opnieuw in die katholieke scholen…was het toeval of niet, maar had ik toch maar naar een Staatsschool gegaan, bijvoorbeeld Stuivenberg of zo, in Antwerpen. Moest het terugkomen, ik zou het wel weten, maar het kan overal gebeuren uiteraard.

Gelukkig was er Benny in mijn leventje. Ja, hij geloofde en steunde me wel, ik zou niet weten wat ik zonder hem nog zou gedaan hebben. Hij kon ook niet anders dan mijn ongelooflijke verhaal te geloven, dankzij Nadine en Marina natuurlijk, die het allemaal van zeer dichtbij meemaakten met mij. Onder andere in de examenklas waren zij ook, toen ze letterlijk hoorden dat ik zelfs geen examenvraag kreeg op het mondeling examen, maar bewijs dat maar eens hé, hoe goed ze me ook probeerden te steunen.

Ach ja, Nadine is nu nog steeds mijn beste vriendin, die niet veel nodig heeft om mijn echte gevoelens te kennen. Het is alsof we samen een vliegtuigramp overleefd hebben of zo, zoiets kan je met niemand delen die er op dat moment niet bij was. Enfin, mijn leven ging verder, met mijn niet verwezenlijkte droom.

Ondertussen had ik via via Herman Willems leren kennen. Een pendelaar, die een praktijk had in het Nederlandse Zundert. Hij zat daar, in een bijna verborgen houten huisje in het bos, volledig afgeschermd van deze normale harde wereld. Ik begon te beseffen, dat dit eigenlijk niet normaal was, dat ik nu uitgerekend hem leerde kennen. Hij hield me fysisch en psychisch helemaal recht door zijn kruidendruppels die hij meegaf. Het is door hem, dat ik begon te beseffen, dat er veel meer was, en moest zijn, dan deze bizarre wereld. Op een dag zei hij mij: “Marleen, je gaat nooit meer meemaken in het leven dan dat je aankan”. Deze zin spookt nog dagelijks door mijn hoofd, en ik trek er me telkens weer volledig aan op.

Dankzij hem, leerde ik meer en meer de wereld van de zielen en de energieën kennen. Ik leerde communiceren met mensen die allang hierboven waren. Ik wist nu stilletjes aan, dat er meer was, dan dat de meeste mensen wisten.

Ik zocht werk, met mijn middelbaar diploma van Secretariaat-Talen dan maar. Ik deed wel nog avondschool bij de Landelijke Bediendencentrale in Antwerpen, om toch mijn talen en tekstverwerking wat op te frissen, want er zat ondertussen 3 jaar vergeefse hogeschool tussen. Ik behaalde er met vrucht nog 2 bijkomende getuigschriften, maar het interesseerde me geen zier.

Gelukkig vond ik ondertussen na een drietal maanden werk. Ik kon zelfs kiezen, en op één avond tijd moest ik weer onder enorme tijdsdruk dus, de keuze maken…een bediendencontract in een groot Antwerps havenbedrijf of een tijdelijk contractueel contract aan de Belgische Staat. Ik koos voor dit laatste, ik weet nog niet waarom, gewoon een gok denk ik, omdat ik toch maar niet teveel risico’s in het leven meer durfde te nemen. Ik had teveel meegemaakt, veel te veel om nog zo jong te zijn.

Ik kwam op het voormalige Ministerie van Middenstand terecht, waar ik me als contractuele opsteller met de ambulante handel in België bezighield. Vele mensen zeiden: “ Amai, alle dagen naar Brussel, en er zoveel Frans moeten praten”, maar dat was allemaal het minste van mijn zorgen. Ik had werk, kon vooruit, trouwen met Benny, kindjes krijgen, want ik droomde steeds van 4 kindjes, al heel mijn leven lang!

Door mijn huwelijk, kwam ik dan in het andere Putte terecht. Mijn man was van daar. Eén week voor mijn huwelijk, stierf ons moemoe. Ze was ondertussen oud, en kon mijn groots huwelijksfeest niet meer meemaken van dichtbij. Vandaar verkoos ze om het vanuit de hemel mee te maken, dat gevoel gaf ze me onmiddellijk. Ze was zo blij dat ik nu wellicht gelukkig ging worden, en dat was ook zo! Een heel gelukkig huwelijk heb ik gehad, en er werd mij een prachtig dochtertje geschonken. De communicatie met ons moemoe, werd steeds erger. Ze gaf me vaak verschillende tekens, maar ik besefte toen helemaal nog niet, wat het wel was, en nog veel minder dat zoiets bestond. Ik denk dat mijn ouders, dat op een gegeven moment ook allemaal heel raar zullen gaan vinden hebben. Het was alsof haar gezinnetje van vroeger, zich verder zette in het mijne. Ik had nochtans na haar dood, maar een paar spulletjes van haar kunnen recupereren, en dat koesterde ik enorm. Ik woonde ook in een huisje met onder andere putwater, en geen leidingwater, en dat soort dingen allemaal, heel raar. Ik kijk nu nog steeds uit op de velden over mij, net zoals in mijn jeugdjaren toen bij haar.

Ondertussen stopte Herman Willems met zijn praktijk. Ik was de enige van zijn klanten, de uitverkorene zeg maar, die hem nog steeds mocht contacteren. Hij had ondertussen zelf veel meegemaakt, en had zich daardoor erg verdiept in de dingen en de energieën die van bovenuit gebeurden. Ik profiteerde zeker niet van het privilege dat ik had, hem nog te kunnen contacteren. Enkel als het me echt niet meer ging, nam ik stiekem verlof, en begaf ik me in alle stilte naar zijn domein in Beaumont. Uren en uren hebben we dan gepraat, en dingen van elkaar geleerd. We schreven ook brieven naar elkaar, als er speciale dingen gebeurden. Ook zijn lieve echtgenote kwam soms mee, naar mij in Peulis op bezoek. Ik heb later veel aan die vrouw gedacht, toen hij gestorven was,…wat een gemis dat voor haar wel niet moest zijn, zo iemand te verliezen, en alleen met de hond achter te blijven op zo’n gigantisch domein.

Enfin,…

Na het einde van mijn contract, bij het Ministerie van Middenstand, kwam ik op het Ministerie van Justitie terecht, een contract van onbepaalde duur, deze keer. Ik werkte er 11 jaar op het hoofdbestuur van de Belgische Strafinrichtingen, terug als opsteller uiteraard. Ik heb er veel gehoord, en gezien, en vooral gezwegen over de gevangenissen en hun cliënteel. Eén zin die vooral Harry Van Oers, voormalig inspecteur bij de Strafinrichtingen, die mijn baas was (die ooit ontvoerd werd, om te kunnen opkomen voor zijn personeel) ooit zei, ben ik nooit vergeten! “Marleen, denk eraan, statistisch gezien, komt één van de mensen die ge zeer goed kent, in de gevangenis terecht”. Ik en Harry, hadden dan ook een totaal andere kijk op de gevangenissen en hun personeel, en hun cliënteel, dan de meeste mensen van de bevolking.

Dit zal ook altijd zo blijven, want dat is een zeer aparte ervaring die je er opdoet, ook al ben je slechts bediende. Alhoewel, ik heb natuurlijk ook wel verschillende gevangenissen bezocht, maar aan de goede kant van de tralies.

Na 11 jaar zeer trouw te zijn geweest aan mijn dienst, kreeg ik de kans om op de Federale Overheid van Financiën te gaan werken, omdat ik in één of ander examen geslaagd was, en dus statutair kon worden. Enige weken heb ik getwijfeld, en het goed overwogen met verschillende collega’s, of ik het wel zou doen of niet. Ik heb het dan uiteindelijk gedaan, alhoewel ik er een mindere graad kreeg, en er minder zou verdienen. Maar ik had in het leven wel geleerd, dat geld niet het voornaamste was, maar wel zekerheid, en daar koos ik weer voor, wellicht weer, omdat ik al zoveel in mijn leven had meegemaakt, en me geen enkel risico meer kon permitteren.

Privé, was ik ondertussen in echtscheiding, maar wegens de privacy van sommige mensen ga ik hier niets meer of minder over zeggen, want dat heb ik hen beloofd. Ik verloor opnieuw alles! Mijn huizen, die ik ondertussen verworven had. Dit is enkel en alleen de schuld van de mensen die hun huishuur destijds niet wilden betalen, en veel kapot maakten, ze mogen het gerust weten, en van niemand anders!

Mijn diploma van Schoonheidsspecialiste met specialisatie podologie, dat ik ondertussen via het Stedelijk Avondonderwijs in Antwerpen (wat zeer goed onderwijs is trouwens) bekomen had, was weer voor niets geweest. Ik had met mijn man…. speciaal die huizen, handelshuizen trouwens, in Mechelen gekocht, met de bedoeling er ooit mijn schoonheidssalon in op te richten. Alles werd uiteindelijk gedwongen openbaar verkocht, met als schuldige de huurders, die zelfs hun goedkope huishuur niet konden of wilden betalen, terwijl de huizen mooi en perfect verbouwd werden, door mijn man. Maar ja, ik vluchtte zelfs naar een crisiscentrum, een vluchthuis, met mijn kind, zonder dak boven mijn hoofd, met loonbeslag. Ik weet dat de meeste onder jullie dit gelukkig niet beseffen, wat dat is in België. Dat is een inkomen dat minder is dan een leefloon, want die mensen hebben dan nog recht op een sociale woning met een aangepaste huishuur en veel sociale tarieven en dergelijke, maar ik had dat niet. Ah nee, daar kom je niet voor in aanmerking als je nog eigendommen hebt. Emotioneel is dit niet te schatten, wat dat doet met een mens…geen brood meer kunnen kopen voor je kind, wel beste mensen, zelfs dit heb ik meegemaakt! Ik heb in stilte geroepen, ja hoe doe je dat hé, op ons moemoe van de “Klinkaard” voor hulp. Zij had dit jaren geleden, wellicht ook allemaal meegemaakt. Haar huis 3 keer betaald. Eén keer door een faillissement van de aannemer, en nadien terug alles kapotgeschoten door de oorlog. Ik kreeg antwoord, antwoord van hierboven. Binnen de kortste tijd, werd door de Rechtbank van Eerste Aanleg beslist dat ik terug naar mijn huurhuisje zou mogen, mijn vertrouwd stekje met het gratis putwater zoals bij haar vroeger. Ik bleef alleen achter met mijn kindje, ja één kindje maar, dat ging nu niet anders meer door die echtscheiding. Alles kwam stilletjes aan weer terug goed. Ik dacht vaak aan ons moemoe, die na de dood van ons vava, ook alleen achter bleef met haar kinderen, en vervolgens vaak met mij alleen tijdens de grote vakanties. Ik leerde via mijn achternicht van Putte-Kapellen, die trouwens een Nederlandse moeder had, en een Belgische vader, net andersom dan bij mij, Charles Goossens kennen.

Voor mij een beetje de opvolger van Herman Willems zeg maar,…een zeer wijs man, die heel ver staat in het leven, en iemand waarvan ik al veel geleerd heb, en nog zal leren. Hij steunt me ten volle met mijn praktijk. Hij beheerst verschillende soorten natuurgeneeswijzen, en zal me zeker adviseren als ik eens vast zit met één of ander probleem in mijn praktijk.

Nadat ik hem leerde kennen, kreeg ik kort nadien, een tweede kindje bij. Een pleegkindje wel te verstaan, waar ik jaren voor mocht zorgen. Wat was ik blij, terug zo’n klein blond staartje in huis, zoals mijn dochtertje vroeger. Nu had ik eindelijk, zoals ik het droomde, 2 blonde staartjes in huis, een groot en een klein. Ik mag haar naam natuurlijk niet noemen, maar ik heb altijd graag met heel mijn hart voor haar gezorgd, hoe moeilijk het soms ook was.

Op professioneel vlak, werk ik ondertussen nu al jaren op het kadaster, van de Federale Overheidsdienst Financiën, dat ondertussen al veel andere benamingen kreeg, maar die geen kat kent, daarom gebruik ik ze dan ook niet, tenzij het echt om professionele redenen niet anders kan. Ik probeer er zoals altijd al in mijn leven, er heel plichtsbewust mee om te gaan, en naar behoren mijn werk te doen, en mij vooral ook daar ten dienste te stellen, voor mijn naasten.

Dat is trouwens mijn levensdoel, met mijn capaciteiten, zoveel mogelijk mensen helpen aan het loket of telefoon, die op één of andere manier volledig in het slop zijn geraakt, op administratieve wijze. Niet simpel altijd hier, in België.

Gelukkig heb ik ook meestal al, heel goede collega’s gehad in mijn leven, die vaak ook mijn steun en toeverlaat zijn, zonder dat ze het van zichzelf beseffen. Dit geldt ook voor mijn buren, die waar ik ook woonachtig ben, meestal heel goed zijn voor mij, en waarvoor mijn dank aan deze mensen. Enige jaren geleden, leerde ik via Charles zijn connecties, dan ook de heer W. Witters kennen. En ja,….dit kan ik tegen geen mens vertellen, en ga er daarom ook weinig over uitweiden, want dit is denk ik dan toch, voor mij het begin en het einde van mijn cirkel. Dankzij hem, ben ik spiritueel en emotioneel gegroeid, en me ervan bewust geworden, waarom alles, waarom dit leven, ik hoop dat hij nog lang mijn klankbord mag blijven.

Ik weet één ding zeker, en dat beloof ik aan gans deze wereld, ik zal nooit of nooit mijn energieën ten kwade gebruiken. En voor de weinige mensen, die op één of andere manier ook al zover moesten zijn in het leven,…mensen doe dit nooit of nooit, gebruik het nooit ten kwade! Probeer respect en begrip te blijven hebben, voor de mensen die zover nog niet zijn als wij. Nu sluit ik mijn leventje in een notendop nog af, met het volgende te schrijven…. En ja wie zat er naast mij in de zetel vorige week zondag denk je?...toen mijn enige duifje Chloé, het nest verliet, en ook haar kamertje leegmaakte…Ja, Nadine…gelukkig was Nadine weer eens bij mij, 30 jaar later, weer eens bij dit hartverscheurend tafereel. Nadine keek stilzwijgend naar mij, en dacht…wat moet Marleen weer hard zijn, en sterk, weer eens heel sterk, en jaja, dat is ze en kan ze, net zoals 30 jaar geleden, één van de belangrijkste en moeilijkste hoofdstukken afsluiten in haar leven. Nadine wist wat Chloé voor mij betekende, en juist daarom hield ze ook veel van Chloé. Zelf heeft ze de verschrikkelijke gebeurtenissen van 30 jaar geleden, niet zo goed kunnen verwerken, ze is er levenslang ziek van geworden, zodat ze nooit een gezinnetje kunnen stichten heeft, en zelfs nooit meer kunnen werken heeft zoals ik.

Op 15 september 2017 overleed W. Witters, …Oh my God, oh my Lord, wat nu? Wel beste mensen voor de eerste keer sinds meer dan 30 jaar, heb ik weer gehuild. Ik kon weer huilen, mijn verdriet is immens, onbeschrijflijk, en niet voor mij alleen. Mijn praktijk blijft zelfs een week gesloten, ik kan niemand meer helpen in deze toestand.


Vanaf vandaag, 25 september 2017, ben ik weer open, hij heeft me een enorme spirituele erfenis nagelaten, ik ben sterker dan ooit nu, met de kracht van zijn gedachte in mij, in plaats van naast mij.

Beste mensen, het is dankzij al deze beschreven gebeurtenissen in mijn leven, dat ik besloten heb, bachbloesemtherapeute te worden. Ik hoop dan ook vooral met mijn persoonlijke ervaring, nog veel mensen te kunnen helpen, en hen psychisch-emotioneel weer in balans te brengen, zodat genezing mogelijk wordt. Bedankt, voor degenen die de moed hadden, om mijn verhaal te lezen.